Kunstmuseum Den Haag; ‘Ontdek het moderne’


Ontdek het moderne

VAN MONET TOT BACON

De vaste tentoonstelling Ontdek het moderne zet toonaangevende en baanbrekende werken van moderne werken van moderne kunstenaars in de spotlights. Je maakt een wonderlijke tocht langs sculpturen en maquettes van kunstenaars die experimenteerden met de bestaande status quo. We nemen je bij de hand én we laten je los in deze extraverte achtbaan van alles wat vanaf de negentiende eeuw durfde af te rekenen met het verleden.

EEN NIEUWE WERKELIJKHEID

Moderne kunst ontstond in de laatste jaren van de negentiende eeuw. De eeuwwisseling stond in het teken van industrialisatie en opkomende welvaart, nieuwe democratieën en aanscherpingen van internationale verhoudingen. Het was een tijd die borrelde van spanning, van zowel plezier als angst, en de avant-garde dreef hierin naar boven.

Kunstenaars die besloten te breken met dat wat hun voorgangers deden, gingen op zoek naar hun intrinsieke drijfveer. Dat waren jonge en nieuwe namen die namen die een verschil wilden maken, zoals Charley Toorop en Picasso. Maar ook de gevestigde kunstenaars, die zichzelf opnieuw uitvonden, zoals Monet en Kandinsky.

Door bestaande methoden, vormentalen en onderwerpkeuzes uit te dagen, schiep de nieuwe generatie kunstenaars een nieuwe werkelijkheid: moderne kunst eist ruimdenkendheid op van iedereen die ernaar kijkt.

De tentoonstelling is doordacht, maar volgt geen duidelijke route. Verdwaal tussen wereldberoemde kunstenaars, leg verbanden tussen stromingen en ontdek wat kunst voor jouw betekent.

HET TELKENS VERANDERENDE NU

Modernistische kunstenaars geloofden dat hun werk de samenleving kon verbeteren, en dat de continue drang tot vernieuwing tot verdere vooruitgang zou leiden. Deze drang maakt dat moderne kunst lastig te vangen is in de tijd, alleen al omdat de vernieuwingen in verschillende stromingen een eigen tempo aanhielden.

Daarom werkte Kunstmuseum Den Haag aan een presentatie waarin juist wordt afgeweken van de chronologische volgorde, een presentatie die het telkens veranderde nu centraal stelt.

Kunstwerken uit verschillende periodes, stromingen en disciplines worden bijeengebracht , combinaties die wellicht op het eerste gezicht niet voor de hand liggen. De bezoeker ontdekt lijnen in de twintigste-eeuwse kunstgeschiedenis, verhalen en dialogen tussen kunstwerken en kunstenaars uit diverse decennia en windstreken.

KIRCHNER EN DUMAS

Welke invloed had mondriaan op Minimal-kunstenaars als Donald Judd? Wat hebben de indringende schilderijen van Francis Bacon gemeen met de sculpteren van Berlinde de Bruyckere? En wat is het verband tussen het expressionisme van Ernst Ludwig Kirchner en de gelaagde portretten van Marlene Dumas? Leer meer over de lijnen en stromingen van moderne kunstenaars en laat je vervoeren door de indringende reflecties die zij gaven op het leven, vormtaal en zichzelf.

GEEN VASTE ROUTE

Moderne kunst volgt geen vaste route en onze bezoeker ook niet. Met dat gegeven is onze wereldberoemde vaste tentoonstelling vooral een prachtig overzicht van werken van de meeste toonaangevende kunstenaars van de moderne tijd. Van Monet tot Mondriaan, van Kandinsky tot Bacon. Zelfs de grootste kunstkenner raakt niet uitgekeken op deze tentoonstelling.

ONTDEK HET MODERNE – VAN MONET TOT BACON

Marlene Dumas (1953)

Snowwhite + the broken arm (1988)

..

..

..

..

Odile Redon (1840)

Citroen en Paprika (1901)

..

..

..

Giorgio Morandi (1890-1964)

Natura morta (1950)

..

..

..

Pablo Picasso (1881-1971)

Arlequin (Harlekuin) 1913

..

..

Charley Toorop (1891-1955)

Charley Toorop, zelfortret met palet, 1932-1933

..

..

..

Jacoba van Heemskerk (1876-1923)

Compositie no. 2, 1912-1913

..

..

Wassily Kandinsky (1866-1944)

Ein Zentrum (een centrum) 1924

..

..

..

Julio Gionzalez (1876-1942)

Homme Cactus, 1939

..


Paul Signac (1863 – 1935)

Sassis Lobard, Opus 196. april-juni 1889

.

..

Ernst Ludwig Kirchner (1880-1939)

Badende figuren, 1923-1927.

..

..

Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938)

Csardas danseressen (circa 1908)

..

..

Csardasdanseressen van Ernst Ludwig Kirchner

In Csardasdanseressen van Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938) wordt er opgewonden gedanst. Daarmee lijkt deze dans in niets op de Oostenrijks-Hongaarse lijkt deze dans in niets op de Oostenrijks-Hongaarse volksdans de csardas, die juist heel serieus en ingetogen is. Dit werk is een mooi voorbeeld van hoe Duitse kunstenaars aan het begin van de twintigste eeuw gefascineerd zijn door volkscultuur en niet-westerse landen. Dit is, behalve aan de keuze van het onderwerp, zien aan de manier van schilderen: de vitaliteit en energie van ‘primitieve kunst’ dringt door in de westerse kunst. Misschien heeft Kirchner daarom deze traditionele dans geschilderd als een wilde dans.

In het Duits expressionisme zien we geprononceerde of met kleur aangezette ogen, tepels, geslachtsorganen en monden. De energie spat ervan af: Kunstenaars als Kirchner willen niet de zichtbare werkelijk weergeven, maar zijn veel meer geïnteresseerd in het blootleggen van de menselijke psyche, met al haar verlangens veel duidelijker openbaart. Het is een gangbare opvatting dat in niet-westerse dans de instincten en emoties de vrije loop worden gelaten. Dit zou bevrijdend werken.

Kirchner voelt zich verbonden met de oorspronkelijke beeldtaal van de primitieve kunst en vooral ook met de idee dat de mens vrij van conventies tot de essentie van zijn creatief vermogen zou kunnen doordringen. Dit is natuurlijk een totaal geïdealiseerde voorstelling van zaken. Toch groeit het zoeken naar een vrije en expressieve kunstvorm uit tot een van de twee pijlers van de twintigste-eeuwse kunst. Opvallend is dat Kirchner vaak veel later zijn werk opnieuw oppakt, zo ook zijn Csardasdanseressen. In 1908 schildert hij dit werk en ruim twaalf jaar later voegt hij kleur toe aan de achtergrond.

Het Kunstmuseum Den Haag heeft een omvangrijke collectie Duits expressionisme, waarin naast Kirchner ook o.a. Max Pechstein, Karl Schmidt-Rottluff, Heckel en Emil Nolde zijn vertegenwoordigd. Zij waren allen lid van Die Brücke. Ook werken van Der Blaue Reiter behoren tot de collectie, o.a. van Wassily Kandinsky, Frans Marc, August Macke en Aleksej Jawlensky.

Max Beckman (1884-1950)

Baders met groene kleedcabine en schippers met rode broek in Zandvoort (1934)

..

..

..

..

..

Egon Schiele (1890-1918)

Portret van Edith (de vrouw van de kunstenaar) (1915)

De Oostenrijkse expressionist Egon Schiele (1890-1818) is berucht om zijn expliciet erotische schilderijen en tekeningen van naakten. In een van zijn beroemdste schilderijen verbeeldt hij zijn vrouw Edith juist braafjes, als toonbeeld van kuisheid. Aller aandacht gaat uit naar de kleurrijke jurk die ze zelf maakte van de gestreepte gordijnen uit Schieles atelier. Haar rode haar is keurig opgestoken. Haar bleke gezicht bloost niet vaan opwinding maar van verlegenheid.

Schieles grootvader, vader en latere voogd werkten allemaal voor de spoorwegen in Tulln an der Donau, en ook voor de jonge Egon lijkt deze loopbaan voor de and te liggen. Toch kiest hij – tegen de uitdrukkelijke wens van zijn moeder – voor de kunstacademie. Ondanks matige eerste resultaten groeit hij na zijn studie uit tot een spilfiguur in de Weense avant-garde rond 1900 en wordt hij een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het expressionisme in Oostenrijk en Duitsland.

Na vele vriendinnen en losbandige relaties trouwt hij met Edith Harms, een respectabel meisje uit de middenklasse. Ze leren elkaar kennen als de familie Harms tegenover Schieles atelier komt te wonen. Via zijn raam probeert Schiele de aandacht van de twee te trekken (Edith en Adele) te trekken door met zijn tekeningen te zwaaien en obscene gebaren te maken. In 1915 vraagt Schiele Ediths vader om haar hand en trouwen ze. ‘Edith is de schoondochter waar ik van droomde.’ aldus zijn moeder. Slechts drie dagen nadat ze elkaar het jawoord hebben gegeven, moet Schiele zich melden voor de dienstplicht. De Eerste Wereldoorlog bemoeilijkt zijn artistieke carrière. Omdat hij op verschillende plekken wordt gestationeerd lukt het hem nauwelijks om aan zijn kunst te werken. Toch weet hij tijdens een ziekteverlof de tijd te vinden om Edith ten voeten uit te schilderen. Kwetsbaar, verlegen en integer.

Edith is het enige schilderij van Egon Schiele in Nederland en daarmee een topstuk in de collectie van het Kunstmuseum Den Haag. Het werk is in 1927 door het museum aangekocht tijdens een tentoonstelling over Oostenrijks expressionisme. daarnaast heeft het museum twee tekeningen en een prent van Schiele. Van zijn tijdgenoot Gustav Klimt bezit het museum zeven tekeningen.

..

..

Vanaf 1960

Terwijl Europa zich na de tweede Wereldoorlog maar moeizaam herstelt, zoeken kunstenaars naar wegen om uiting te geven aan de algehele ontreddering. Sommigen doen dat in volstrekt nieuwe, intuïtieve, heftuige expressieve beelden, waarin de psychische energie van het moderne leven gestalte krijgt. In de jaren zestig mondt dat uit in grootscheepse voorstellen die uiteindelijk ook de grenzen doen vervagen en die oproepen tot vergaande maatschappelijke hervormingen, zoals in Constants New Babylon. Oog in oog met de rampzaligheid van de oorlog gaan weer andere kunstenaars in een vrijwillige ballingschap. Zij kiezen voor een strak gestructureerde abstractie, zoals Bridget Riley of Sol Lewitt. De vooroorlogse wereld van het modernisme is in hun werk niet ver en wordt het fundament waarop een zelfbewust kijk op de werkelijkheid vorm krijgt.

Deze twee uitersten hebben ook veel gemeen. Zij willen zich zich radicaal onderscheiden van de ongestileerde massa van van de winkelende consument. Gaandeweg de jaren zeventig en tachtig zoeken kunstenaars in beide categorieën hun toevlucht tot meer en meer arme materialen en beelden, die het heimelijke en het exclusieve tot drager maken van zeer persoonlijke en psychologische betekenissen, zoals in het werk van Mario Merz. Kunst stelt zich op bezijden de werkelijkheid tegenover het het alledaagse, met uitzondering van een groep – vooral uit de Verenigde Staten afkomstige – kunstenaars die zich in hun werk juist bekennen tot het alledaagse, en die de beelden van het consumentisme en de populaire cultuur annexeren, zoals in het werk van Allan d’Arcangelo.

Deze laatste groep kunstenaars heeft in het verzamelbeleid van het Kunstmuseum geen vaste grond onder de voeten gekregen. Het werk van Francis Bacon en Bridget Riley is een goed voorbeeld van het heftig expressieve en van het strak georkestreerde. Zij tonen de radicaal eigenzinnige houding van de oorlogsgeneratie. Die sluit aan bij grotere ensembles in de collectie van het Kunstmuseum van kunstenaars als Constant, Anton Heyboer, Jan Schoonhoven en Daan van Golden. Hun werk drijft op de energie waarmee de grenzen tussen kunst en leven worden onderzocht. In het werk van Dieter Roth, Louis Bourgeois, Bruce Nauman, Georg Baselitz en Mario Merz staat het psychologische potentieel van simpele materialen centraal. Het werk van Lee Bontecou, Donald Judd, Sol LeWitt, Giorgio Morandi en Yayoi Kusama is radicaal simpel van structuur en vorm, maar weet juist daardoor visueel een snaar te raken die direct toegang geeft tot een metafysische beleving.

Bridget Riley (1931)

Interval 29 (2023)

..

Hans Arp

HET LAATSTE WERK

Al sinds 1966 siert de Bezuidenhoutseweg in Den Haag : het vier meter hoge sculptuur Scrutant l’horizon (De horizon afturend) uit 1964 van Hans Arp (1886-1966). Bijna niemand weet dat dit het laatste beeld is waar Arp aan werkt voordat hij overlijdt. Kunstmuseum Den Haag verwerft in 1964 het gipsen exemplaar dat als model dient voor dit monumentale sculptuur. Na zijn dood vraagt Arps weduwe Arp-Hagenbach het museum om van dit gipsen model een aantal bronzen versies te gieten – deze komen al snel in particuliere handen terecht. Zo’n vijftig jaar later heeft een van die bronzen uiteindelijk toch haar weg naar het museum teruggevonden. In de fijnproevertentoonstelling Hans Arp – Het laatste werk brengt Kunstmuseum Den Haag van 29 oktober 2022 t/m 16 april 2023 de ontstaansgeschiedenis van de sculptuur en haar bijzondere relatie met het museum en de stad voor het voetlicht.

Dankzij de voortvarendheid van de Gemeentelijke Commissie voor Kunstopdrachten kan Den Haag in 1963 rekenen op een toekomstige sculptuur van een van de beroemdste moderne beeldhouwers van de 20e eeuw: de Duits-Franse kunstenaar Hans Arp. Het is de toenmalige directeur van het museum en de adviseur van de commissie, Louis Wijsenbeek (1912-1985), die Hans Arp benadert voor de opdracht. De kunstenaar gaat meteen akkoord.

Maquette

Samen met conservator moderne kunst Jos de Gruyter, bezoekt Wijsenbeek Arp en zijn vrouw Marguerite Arp-Hagenbach in hun zomerhuis in Locarno, Zwitserland. Enkel op basis van omschrijvingen en wat foto’s van het beoogde gebied aan de Bezuidenhoutseweg, begint Arp met het ontwerpen van een gipsen maquette.

De gemeente legt één derde van het budget neer voor dit model dat bovendien een plaats krijgt in de beeldencollectie van het Haagse Gemeentemuseum. Het is in deze tijd niet gebruikelijk dat Arp zijn gipsen beelden verkoopt – dit exemplaar is dan ook een van de eerste die onderdeel uitmaakt van een museale collectie.

In 1964 wordt de maquette goedgekeurd door de Gemeentelijke Commissie voor Kunstopdrachten. Arp werkt ongeveer een jaar aan het vier keer zo grote sculptuur van Egyptisch porfier. Uiteindelijk wordt het monumentale beeld op 1 september 1966 geplaatst aan de Bezuidenhoutseweg. Dit monument maakt Arp niet meer mee – hij overlijdt drie maanden daarvoor in Bazel.

Brons

Op 18 februari 1967 organiseert het Haagse Gemeentemuseum een grote overzichtstentoonstelling van Hans Arp met meer dan 150 werken. In de jaren erna verwerft het museum actief diverse werken van de kunstenaar. Waaronder Torso (1931), die Arp-Hagenbach ter ere van de overzichtstentoonstelling in 1967 aan het museum schenkt. In ruil voor deze genereuze donatie wordt overeengekomen dat het museum drie bronzen zal gieten van de gipsen maquette van Scrutant l’horizon. Twee voor de collectie van Arp-Hagenbach en één ter beschikking van het museum.

In 1970 worden de drie bronzen gegoten – twee gaan er zoals beloofd naar Arp-Hagenbach in Locarno en het derde exemplaar verkoopt het museum aan Brook Street Gallery in London. Van de opbrengst verwerft het museum een andere aanvulling op hun collectie Arps: Fleur Marteau (1916) van de weduwe van Arp. Zowel Torso als Fleur Marteau zijn naast de exemplaren van Scrutant l’horizon te zien in Hans Arp – het laatse werk.

Artist’s copy

In augustus 2021 duikt een vierde exemplaar van Scrutant l’horizon op, de artist’s copy, ofwel Scrutant l’horizon 0/3, wanneer het als schenking wordt aangeboden aan Kunstmuseum Den Haag uit de nalatenschap van de overleden verzamelaar Jan Overbeke. Arp bracht zijn artist’s copies nooit ter sprake, maar uit onderzoek blijkt dat deze oorspronkelijk bedoeld zijn voor zijn privécollectie of juist geschonken kunnen worden aan publieke collecties. Dat ze op de markt terechtkomen is ongebruikelijk.

Schenking

De cirkel is rond wanneer het werk in oktober 2022 – na een uitgebreid onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van het beeld – definitief aan het museum wordt geschonken. Het bronzen exemplaar van Scrutant l’horizon is weer ’thuis’ en begeeft zich in de publieke omgeving waar Arp het voor heeft bedoeld in de stad waarvoor het is gemaakt. Alle publiek toegankelijke Scrutant l’horizon’s – het gipsen model, een brons en het monumentale graniet – het bevinden zich nu in Den Haag. Aan de hand van een kleine selectie uit zijn oeuvre en gedichten van de kunstenaar vertelt Kunstmuseum Den Haag het verhaal van Hans Arp’s laatste werk.

Satelliettentoonstelling

Hans Arp – het laatste werk fungeert als een kleine satelliettentoonstelling bij de gipsentenstoonstelling Die Firma Arp. Formenkosmos und Atelierpraxis – te zien in het Gerhard-Marcks-Haus in Bremen van 6 november tot en met 29 januari 2023, en gemaakt in samenwerking met de Stiftung Hans Arp und Sophie Taeber-Arp. In het Gerhard-Marcks-Haus worden alle gipsen modellen van Hans Arp uit de collectie van de stichting voor het eerst samen gepresenteerd. In Kunstmuseum Den Haag ligt de nadruk op de biografie van één gips.

..

Hans Arp (1886-1960)

Scrutant l’horizont (ontwerp van ‘de horizon afturend) (1964)

..

Sarah Lucas (1962)

Nobby bloke (2017)

..

Max beckmann (1884-1950)

Klein Café, draaideur (1944)

..

..

..

..

..

..

..

Claude Monet (1840-1926)

Blauweregen (1917-1920)

..

..

..

Heringa/van Kalsbeek

zonder titel (1999)

porselein klei met glazuur

..

..

Laat een antwoord achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *